Hooi vormt de basis van de voeding voor paarden en moet daarom zo hoogwaardig en rijk aan voedingsstoffen mogelijk zijn. De kwaliteit en hoeveelheid voedingsstoffen varieert echter per jaar, afhankelijk van het weer, de producent en de bodemkwaliteit. Naast hooi en/of weidegang hebben paarden ook minerale aanvullingen nodig.
Mineralen en sporenelementen voor paarden zijn essentiële bouwstenen voor botten en bindweefsel. Ze spelen bovendien een cruciale rol in talloze biochemische processen in het lichaam. De belangrijkste mineralen voor paarden zijn calcium, fosfor, magnesium, natrium, chloor en kalium. De essentiële sporenelementen omvatten ijzer, koper, zink en selenium. De benodigde hoeveelheid sporenelementen is individueel en hangt af van factoren zoals leeftijd, ras, lichaamsgewicht en werkbelasting van het paard.
JODIUM
Paarden hebben jodium nodig voor de aanmaak van schildklierhormonen. De schildklier reguleert onder andere de stofwisseling, energieproductie en het lichaamsgewicht. Veulens en volwassen paarden hebben dagelijks 1-2 mg jodium nodig, terwijl drachtige en zogende merries een iets hogere behoefte hebben. Adequate jodiuminname is cruciaal voor fokmerries omdat dit onder andere de oestruscyclus beïnvloedt. Zeewier is bijzonder rijk aan jodium en de inname hiervan moet daarom zorgvuldig worden gecontroleerd. De dagelijkse dosis mag niet meer dan ongeveer 30 gram bedragen. Ook hooi, haver en mineraalzout bevatten jodium.
KALIUM
Kalium beïnvloedt de vochtbalans en het spiermetabolisme van het paard. Het is ook onmisbaar voor de geleiding van zenuwimpulsen. Kalium en natrium zijn nauw met elkaar verbonden en een onevenwichtige verhouding kan spierproblemen veroorzaken. Gewoonlijk krijgen paarden voldoende kalium binnen via hun basisvoer.
Een kaliumtekort kan zich uiten in spierzwakte, vermoeidheid of obstipatie, maar komt zelden voor.
CALCIUM
Calcium is een fundamentele bouwstof voor de botten en essentieel voor de samenwerking tussen spieren en zenuwen. Basisvoer vormt de hoofdbron van calcium voor paarden. Voer met klaver en luzerne bevat meer calcium dan voer op basis van granen. Melasse is eveneens een goede calciumbron. Calcium en fosfor behoren tot de belangrijkste mineralen voor paarden en zijn vooral cruciaal voor drachtige merries en groeiende veulens. De calcium-fosforverhouding moet ongeveer 1,8:1 bedragen voor drachtige merries en veulens, en 1,3-1,5:1 voor andere paarden.
KOBALT
De dagelijkse kobaltbehoefte van paarden ligt rond 0,6-1 mg. Kobalt is noodzakelijk voor de vorming van vitamine B12 in het paardenlichaam en speelt een belangrijke rol in de werking van bepaalde enzymen. Hoewel basisvoer kobalt bevat, zijn melasse, vlas en biergist bijzonder rijke bronnen. Symptomen van kobalttekort kunnen bloedarmoede, verminderde eetlust en likgedrag omvatten, maar kobalttekort komt zelden voor bij paarden.
KOPER
Koper is onmisbaar voor enzymen die betrokken zijn bij het energiemetabolisme, het zenuwstelsel, de botvorming, bindweefsel, hemoglobine en rode bloedcellen. Koper is ook gerelateerd aan de ijzeropname. Basisvoer bevat slechts geringe hoeveelheden koper, waardoor mineraalproducten essentieel zijn voor paarden. Veelvoorkomende symptomen van kopertekort zijn bloedarmoede, vervaging van de vachtkleur, spijsverteringsproblemen en likgedrag. Kopertekort bij veulens kan ontwikkelingsstoornissen veroorzaken, daarom is het vooral belangrijk om de koper- en zinkinname van veulens te monitoren. Hun onderlinge verhouding moet ook correct zijn, omdat een teveel aan zink de koperabsorptie vermindert. De koper-zinkverhouding moet ongeveer 1:4 bedragen. Bij anemische paarden moet de koperopname altijd worden gecontroleerd.
MANGAAN
De functies van mangaan zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van botten en bindweefsel en het zenuwstelsel. Mangaan is nodig bij de energiestofwisseling en bijvoorbeeld bij de synthese van chondroïtinesulfaat, dat belangrijk is voor de ontwikkeling van gewrichtskraakbeen. Het intercellulaire materiaal van botten, kraakbeen en bindweefsel is rijk aan chondroïtinesulfaat. Weidegras, granen en zemelen bevatten onder andere mangaan. Symptomen van mangaantekort zijn skeletafwijkingen, zenuwstelselstoornissen en verminderde eetlust. Paarden hebben dagelijks ongeveer dezelfde hoeveelheid mangaan, ijzer en zink nodig: 300-400 mg per dag.
MAGNESIUM
Magnesium vormt een belangrijk bestanddeel van het botweefsel en speelt een cruciale rol in spierfunctie, stofwisseling en verschillende enzymatische processen. Paarden hebben magnesium nodig voor spiersamentrekkingen en de geleiding van zenuwimpulsen. De functies van magnesium zijn nauw gekoppeld aan calcium. Een calciumtekort of een onevenwichtige verhouding tussen magnesium en calcium kan problemen met spieren en zenuwstelsel veroorzaken. Tekorten kunnen zich uiten in trillen, zenuwstelselstoornissen en verminderde eetlust. Paarden hebben ongeveer 10 g magnesium per dag nodig, sportpaarden ongeveer 15-20 g per dag. Een overdosis kan spierstijfheid veroorzaken. Magnesium is vooral aanwezig in luzerne en melasse. Chia en vlas zijn eveneens goede magnesiumbronnen.
NATRIUM EN CHLOOR
Natrium en chloor komen meestal samen voor als natriumchloride (keukenzout). Natrium reguleert de vochtbalans en het spiermetabolisme van paarden.
De dagelijkse behoefte varieert individueel afhankelijk van factoren zoals de werkbelasting van het paard. Voor sportpaarden wordt 60-120 g per dag aanbevolen, terwijl paarden met minder beweging minder nodig hebben. Veelvoorkomende symptomen van een tekort zijn likken aan de grond, verminderde eetlust, vermoeidheid en spierzwakte. Basisvoer voor paarden bevat weinig natrium en chloor, en de zoutbehoefte kan worden gedekt met een liksteen. Bij intensief werkende sportpaarden kan het ook nodig zijn om zout aan het overige voer toe te voegen. Overmatige zoutinname veroorzaakt verhoogde urineproductie.
SELENIUM
Selenium is een vitaal spoorelement voor paarden, maar wordt giftig bij overmatige inname. Selenium beïnvloedt onder andere de productie van schildklierhormonen en speelt een belangrijke rol bij voortplantingsfuncties en vruchtbaarheid. Selenium werkt samen met vitamine E bij spierfuncties, en omdat het een antioxidant is, kan vitamine E een seleniumtekort gedeeltelijk compenseren en omgekeerd. De bodem bevat zeer weinig selenium, daarom moet het worden toegevoegd aan kracht- en mineralenvoer voor paarden. Symptomen van een tekort zijn spierdystrofie en algemene spiervermoeidheid. De dagelijkse behoefte ligt rond 0,9-1,5 mg.
IJZER
Omdat basisvoer relatief rijk is aan ijzer, hebben paarden zelden last van ijzertekort. Hun organen zijn bovendien efficiënt in het recyclen en opslaan van ijzer. Een laag ijzergehalte is meestal een teken van iets anders, zoals onvoldoende inname van een ander spoorelement of een darmstoornis. Sportpaarden kunnen echter baat hebben bij ijzersupplementen, omdat bij intensieve inspanning de hoeveelheid ijzer die het lichaam verliest groter is dan bij een normaal metabolisme.
Een ijzeroverdosis verzwakt de opname van andere mineralen zoals mangaan, zink en vooral koper en kan tot tekorten leiden. Overmatig gebruik van ijzerproducten kan vooral bij veulens ijzervergiftiging veroorzaken. IJzer is gerelateerd aan de zuurstofopname van paarden en algemene prestaties. Aan veel mineraalvoeders is ijzer toegevoegd. Symptomen van ijzertekort zijn bloedarmoede, slechte haarkwaliteit en diarree. De algemene dagelijkse ijzerbehoefte van een paard ligt rond 350-450 mg. In de zeldzame gevallen dat een paard symptomen van ijzertekort vertoont, is de oorzaak meestal niet verminderde ijzeropname, maar inefficiënt ijzergebruik.
ZWAVEL
Zwavel is belangrijk voor de eiwitopbouw van een paard en fungeert als bouwstof voor vitaminen. Het paardenlichaam bevat van nature een kleine hoeveelheid zwavel. De zwavelbehoefte is gering en basisvoer voor paarden bevat meestal voldoende zwavel. Zwavel is gunstig voor gewrichten, kraakbeen en hoeven.
ZINK
Basisvoer dekt over het algemeen de zinkbehoefte van paarden. Zink heeft invloed op de werking van enzymen en hormonen, weerstand, vacht, groei, botten, huid, haar en hoeven van een paard. Symptomen van zinktekort zijn onder andere huidschaafwonden, verminderde eetlust of likgedrag aan voorwerpen. Volgens onderzoek kunnen het eten van zand of mest en het knagen op hout symptomen zijn van een ijzer- of kopertekort of een onevenwichtige koper-zinkverhouding in de voeding (Aytekin et al. 2011). Te hoge zinkinname kan de opname van ijzer en koper in het paardenlichaam belemmeren. Zinkgebrek komt zelden voor. Zink is te vinden in gist, zemelen, kiemen en noten.
SILICIUM
Paarden hebben silicium nodig bij de ontwikkeling van botten, skeletkraakbeenweefsel en pezen. Het kan ook de huid en vacht beïnvloeden. Basisvoer bevat weinig silicium, daarom wordt het meestal toegevoegd aan mineraalproducten. Brandnetel is een uitstekende bron van silicium.
ELEKTROLYTEN
Paarden kunnen tientallen liters zweet verliezen en daarbij aanzienlijke hoeveelheden zout en mineralen kwijtraken: elektrolyten (natrium, chloride, kalium, magnesium, calcium). Zweten verbruikt veel lichaamsvocht en kan uitdroging veroorzaken, wat de prestaties beïnvloedt.
Het niet aanvullen van de verloren stoffen veroorzaakt deficiëntieverschijnselen: een verzwakt energieniveau, vermoeidheid, spierkrampen, zenuwstelselstoornissen, trillen en algemene spierpijn. Elektrolyten mogen echter niet zonder reden worden gegeven, omdat overmatige inname ook schadelijk is voor het paardenlichaam.
